Feeds:
Posts
Comments

Archive for the ‘geschreven artikelen’ Category

Vanaf maart 2010 werk ik als copywriter en PR verantwoordelijke voor Co Unlimited. Een functie waarin ik mijn ervaring als (web)redacteur bij Intermediair kan combineren met mijn kennis van PR.

Dat er reclamebureaus bestaan die zich specifiek richten op arbeidsmarktcommunicatie (AMC) weet niet elke recruiter. Laat staan dat oprichters van midden- en kleinbedrijven met AMC bekend zijn. Daarom even een korte uitleg.

Waarom AMC?
Eigenlijk is het namelijk heel simpel.  Nike, Coca Cola of Apple hebben jarenlang gewerkt aan een sterk merk op de consumentenmarkt. Hetzelfde geldt voor merken op de arbeidsmarkt. Op de lijstjes van pas afgestudeerde hoogopgeleiden prijken vaak namen als Ahold, Heineken en tegenwoordig ook Deloitte. Ooit nagedacht over hoe dat nu zou komen?

Anderzijds weten we allemaal dat binnenkort de grote uittocht van babyboomers gaat beginnen.  (more…)

Read Full Post »

Elk zelfrespecterend Amerikaans bedrijf heeft een social media beleid. Nederlandse organisaties beginnen langzaamaan ook in te zien dat een gedragscode over het gebruik van Twitter, Facebook, Hyves en LinkedIn geen onnodige luxe is.

Voor intermediair.nl schreef ik onlangs een artikel waarin vijf grote werkgevers uitleggen waarom zij een social media beleid introduceren, wat daar in staat en hoe dat wordt toegepast. Opvallend is dat geen van de geïnterviewden zich zorgen maakt over de productiviteit van werknemers die tijdens werkuren online actief zijn – ongeacht of dat werkgerelateerd is of niet.  Want:  ‘Werk begint toch ook al lang niet meer  stipt om 9 uur. En mijn privéleven is niet opeens om 5 uur begonnen.’ Social media beleid is dus gewoon onderdeel van het nieuwe werken.

Lees meer in het artikel dat ik schreef voor intermediair.nl

Read Full Post »

Kleren die niet meer in mijn collectie passen, mocht ik op de Ecofabulous Fashion Party in Amsterdam inruilen. Het liefst vintage of design, maar kleren van de H&M en Zara mochten ook. Mits in goede staat. Ik zou er ecodots voor terug krijgen. Ofwel, drie verschillende stickers die de waarde van mijn kledingstukken aangeven. Slechts vier kledingstukken durfde ik in te leveren bij de Ecofabulous Fashion Party. Drie topjes, waaronder een miskoop van Oilily, een glittershirtje van Vera Moda en een doorschijnend topje van Forecast (slechts een keer gedragen). Vlak voordat ik de deur uitging besloot ik ook nog even mijn riem van Dept uit de kast te plukken. Het bloemetjesmotief leek leuk in de winkel, maar praktisch was het stoffen ding allerminst. Even twijfelde ik of ik deze kleren wel echt kon missen. Of ik ze wel echt wilde weggeven en het risico wilde lopen met lege handen thuis te komen. Onzinnige gedachte natuurlijk, maar toch.

ecochicNa mijn kleertjes bij binnenkomst ingeleverd te hebben, ging ik samen met een shopaholic vriendin de winkelruimte in. Op het papieren tasje dat ik meekreeg zaten twee groene (budget) en twee oranje (medium) stickers waarvoor ik vier kledingstukken met gelijke stickerwaarde kon uitzoeken. Vol verbazing keek ik naar al die kekke stippeljasjes, stoere jurken en gekleurde tassen die voor het grijpen lagen.  Een tikkeltje ongemakkelijk door onze eigen hebberigheid checkten we gretig alle kledingstukken op maat en merk. Enige probleem was dat het nog een dik half uur duurde voordat alle kledingstukken waren ingeleverd en er dus geshopt mocht worden.

Een ecofashion party moet vrouwen bewust maken van de waarde die ze aan kleding hechten. Waarom geven we eigenlijk geld uit aan nóg een jurkje terwijl we er al tien in de kast hebben hangen? Volgens Annouk Post, een van de initiatiefnemers en tevens oprichter van hiphonest.nl ontstaat er een nieuwe luxe door de waarde van kleding niet aan geld te koppelen: ecochic.

Lang werd er overigens niet stilgestaan bij deze gedachte. Zodra het startsein was gegeven, kropen vrouwen door de kledingrekken, werd er jaloers gekeken naar het meisje dat het hipste jurkje als eerste wist te bemachtigen en lag de vloer in no time bezaaid met kledingstukken.

Zelf ben ik overigens met een brede glimlach op het gezicht naar huis gegaan. Met in mijn tas twee blousjes, een spijkerbroek en een knoopjurkje. Geen slecht begin van mijn ecochic collectie.

Read Full Post »

WattcherHoe stimuleer je consumenten om energie te besparen? De oprichters van Innovaders boomden er negen jaar geleden al over tijdens een brainstorm. Resultaat: de Wattcher. Volgens Arno van Wayenburg van Innovaders is het idee wegens geldgebrek jarenlang in de kast blijven liggen. Eind mei is de Wattcher eindelijk online te koop.

Wat de Wattcher doet? Het toont jouw energieverbruik op dat moment, je dagwaarde in Kilowattuur en biedt je de mogelijkheid om een streefwaarde op te geven. Online lees je welke apparaten wat minder moet gebruiken en hoe hoog je energierekening uitpakt als je zo doorgaat . In de toekomst wil Wayenburg hier de gebruiker ook laten zien hoeveel energie buurtbewoners gebruiken. Bij wijze van competitie.

Het ontwerp is van Marcel Wanders. Hij zorgde ervoor dat je het metertje zonder schroom in het zicht wil hangen. Grappige bijkomstigheid is dat het apparaatje pulseert. Hoe meer je verbruikt hoe sneller de frequentie. Volgens Wanders wordt de Wattcher daarmee ‘het kloppende hart van je huis.’

Zou een gelikt apparaatje mensen wel aanzetten om het licht uit te doen zodra ze een kamer verlaten? Of de tv, laptop en playstation helemaal uit te schakelen in plaats van op standby te zetten? Uit een pilot in samenwerking met Eneco bleek de Wattcher vooral kinderen te motiveren. Ze zien meteen dat de Wattcher reageert zodra ze een lamp uitdoen. En dat werkt als een soort beloning.

Toch betwijfel ik of ik de Wattcher ooit bij iemand in huis ga tegenkomen. Het zou natuurlijk mooi zijn als de Wattcher opeens massaal wordt verkocht. Maar 129 euro neertellen voor dit kloppende metertje, gaat mij wat ver. Al kun je dan natuurlijk wel zeggen dat je een Wanders in huis hebt….

Read Full Post »

Hoe definieer je  innovatie? Moet er patent op het product zijn aangevraagd? Of is het simpelweg een nieuw product dat goed verkoopt? Het begrip innovatie blijft vaag.  En  dat maakt stimuleringsregelingen rondom innovatie kwetsbaar.  

Het ministerie van Economische Zaken stimuleert de totstandkoming van innovatie producten door kleine en middelgrote ondernemers subsidie te geven via  innovatievouchers.  Deze waardebonnen kunnen worden ingeleverd bij kennisinstellingen zoals TNO, Universiteiten en Hogescholen.  Een samenwerking tussen de onderzoekscentra en bedrijven-  zo is de gedachte van het ministerie – leidt tot innovatie. 

Fontys Hogescholen maakte daar handig gebruik van.  Een docent besloot zijn cursus internetmarketing voor ondernemers aan te bieden, die betaalt kon worden met de voucher.  (Lees Fontys misbruikt innovatievouchers – Sprout, februari 2009). De totale kosten van de cursus: €7.500, de exacte vergoeding van de ‘grote innovatievouchers’.  

Binnen anderhalf jaar wist de docent zo’n 250 deelnemende ondernemers te werven voor zijn cursus. De doelstelling voor 2010 lag op 1800 deelnemers. Elke ondernemer die de opleiding met een innovatievoucher betaalt, krijgt 5.000 euro gesubsidieerd door de overheid. De resterende 2.500 euro moest als eigen bijdrage door de ondernemer zelf worden betaald. En zo profiteerde  Fontys én de docent – die naast zijn parttime baan als leraar toevallig een eigen bedrijf had in internetmarketing – van een regeling die weliswaar mensen opleidt, maar niet tot vernieuwing of innovatie leidt. 

SenterNovem – het agentschap van het ministerie van Economische Zaken dat de regeling hanteert – kon bij navraag geen uitspraak doen over de werkwijze van Fontys. Alle 250 eerder ingeleverde  innovatievouchers bij Fontys hadden bij geen enkele ambtenaar een lampje doen branden.

Geschrokken van het artikel in Sprout, stelde de Raad van Bestuur van Fontys een intern onderzoek in. Van innovatie kan niet worden gesproken, zo concludeerde Deloitte en Touche al na een week. Gevolg: Fontys moet 885.000 euro aan subsidieregeling terugbetalen en de desbetreffende docent is op straat gezet.

SP-Kamerlid Sharon Gesthuizen stelde een aantal kamervragen aan minister van der Hoeven van Economische Zaken over het voorval bij Fontys. De antwoorden van de minister blijven op de vlakte.  SenterNovem moet op haar verzoek onderzoeken tot in hoeverre sprake is van misbruik, waarna eventueel aangifte volgt bij het OM. Maar hoe misbruik op zo’n grote schaal in de toekomst kan worden voorkomen, lijkt de minister zich niet eens af te vragen. 

Een subsidieregeling om zoiets vaags als innovatie te stimuleren, vraagt om misbruik. Ook als de innovatievoucher wél gebruikt wordt voor een nader onderzoek dat wordt uitgevoerd door een kennisinstelling, geeft dit nog steeds geen garantie op een innovatief product als resultaat. Bovendien is de eerste taak van hogescholen en universiteiten opleiden. Studenten enthousiasmeren voor het vakgebied en – belangrijker nog – wetenschappelijk onderzoek verrichten.  Terwijl de innovatievoucher juist van docenten, afstudeerbegeleiders en onderzoekers vraagt om uren te steken in een samenwerking met het bedrijfsleven.

Innovatie start mijns inziens bij de kenniseconomie, waarin educatie en onderzoek centraal staan. Die duizenden euro’s aan innovatievouchers komen beter tot hun recht als ze door het NWO konden worden uitgegeven aan Nederlandse promovendi en beurzen aan professoren en andere universitaire onderzoekers. Als zij echt iets nieuws ontdekken, nodigen ze vanzelf een handige ondernemer uit die het product op de markt wil brengen.

Read Full Post »